Edwin van Wechem & Jac Rinkes, Kroniek van het vermogensrech, NJB 2019/15, p. 1007-1021

Geplaatst op Geplaatst in Publicatie

In deze kroniekperiode is een verschuiving te ontwaren in de rechtspraak van de Hoge Raad en in de rechtsliteratuur over de perceptie van (het begrip) schade en de wijze waarop de omvang van het schadebedrag waarvoor de betreffende schadeveroorzaker aansprakelijk kan worden gesteld, dient te worden vastgesteld. Ook valt op dat de relativiteit zich eveneens in een aantal van de Hoge Raad arresten en in de literatuur laat zien, een norm die in het kader van het bewijsrecht een vreemde eend in de bijt is. In het contractenrecht wees de Hoge Raad op 28 september 2018 een zeer belangrijk arrest over de betekenis van artikel 6:265 lid 1 BW inzake ontbinding van overeenkomsten. Het goederenrecht wordt in de kroniekperiode gekenmerkt door stevige arresten over pandrechten en de ‘chargeback’ van banken en over vraagstukken inzake een directe actie bij faillissement.

 

Lees hier het hele artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *