A.H. Lamers & M.M. van Rossum, ‘Samenhangende rechtsverhoudingen in het overeenkomstenrecht in nader perspectief: De Hoge Raad zet de deur nader open. Noot naar aanleiding van HR 14 juli 2017, NJ 2017/364 (Vissers c.s./Compaen’, NTHR, 2017/6, p. 354-358

Geplaatst op Geplaatst in Publicatie

Het leerstuk der samenhangende rechtsverhoudingen in het overeenkomstenrecht manifesteerde zich de afgelopen jaren op verschillende sporen. Een van de sporen was dat tot een contractenrechtelijke samenhangende rechtsverhouding kon worden geconcludeerd indien een partij (b) bij een overeenkomst (A) jegens de andere partij (a) toerekenbaar niet nakomt en die niet-nakoming tevens een onrechtmatige daad jegens een derde (c) inhield. Niet zelden was deze derde via een andere overeenkomst (B) met een van beide contractspartijen verbonden. Het is ook daarom dat wordt gesproken van samenhangende rechtsverhoudingen in het overeenkomstenrecht.

Lees hier het artikel

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *